Translation of "beteuern" into Dutch

verzekeren, betuigen, getuigen are the top translations of "beteuern" into Dutch.

beteuern verb grammar

(fest) behaupten

+ Add

German-Dutch dictionary

  • verzekeren

    verb

    Aber wird denn nicht beteuert, daß das Leben heute sicherer ist als noch vor zehn Jahren?

    Maar wordt ons niet verzekerd dat het leven zekerder is dan tien jaar geleden?

  • betuigen

    verb

    Salomo verspricht ihr Gold- und Silberschmuck, aber sie beteuert, weiterhin nur ihren Liebsten zu lieben

    Salomo belooft haar gouden en zilveren sieraden, maar zij betuigt dat zij haar beminde zal blijven liefhebben

  • getuigen

    verb
  • Less frequent translations

    • certificeren
    • beweren
    • uitvoeren
    • bevestigen
    • waarborgen
    • uitwijzen
    • beschermen
    • bewijzen
    • verdedigen
    • assureren
    • verzeggen
    • uitloven
    • adstrueren
    • sponsoren
    • beamen
    • behoeden
    • toestemmen
    • toezeggen
    • waarmaken
    • beveiligen
    • voltrekken
    • vrijwaren
    • staven
    • beloven
    • nakomen
    • aantonen
    • naleven
    • behouden
    • garanderen
    • vervullen
    • verrichten
    • borg staan voor
    • in veiligheid brengen
    • ja zeggen
    • veilig stellen
    • verklaren
    • bezweren
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "beteuern" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Translations with alternative spelling

Beteuern Noun grammar
+ Add

"Beteuern" in German - Dutch dictionary

Currently, we have no translations for Beteuern in the dictionary, maybe you can add one? Make sure to check automatic translation, translation memory or indirect translations.

Add

Translations of "beteuern" into Dutch in sentences, translation memory