Translation of "ergreifend" into Dutch

emotioneel, aangrijpend, ontroerend are the top translations of "ergreifend" into Dutch.

ergreifend Adjective verb grammar
+ Add

German-Dutch dictionary

  • emotioneel

    adjective

    Verdriet en medelijden veroorzakend.

    Sie streckte mir die Hand entgegen, begrüßte mich mit einem freundlichen Lächeln und sagte ergriffen: „Vielen Dank, Bruder.

    Ze stak haar hand uit, begroette me en zei emotioneel met een prachtige glimlach: ‘Dank u wel, broeder.

  • aangrijpend

    adjective particle

    Verdriet en medelijden veroorzakend.

    Diese Gelegenheit sollten wir ergreifen, wohlwissend, dass es nicht einfach ist.

    Deze gelegenheid zouden we moeten aangrijpen, wel wetend uiteraard dat het niet eenvoudig is.

  • ontroerend

    adjective

    aandoenlijk, aangrijpend [..]

    Soll ich von dieser erbärmlichen Leidensgeschichte ergriffen sein?

    Moet ik ontroert zijn door dat zielige verhaaltje?

  • Less frequent translations

    • roerend
    • zielroerend
    • aandoenlijk
    • intriest
    • spannend
    • treurig
    • bewegend
    • hartverscheurend
    • hartbrekend
    • hartroerend
    • pakkend
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "ergreifend" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "ergreifend" with translations into Dutch

  • het initiatief nemen · het voortouw nemen
  • een ontroerend weerzien
  • actie ondernemen · maatregelen nemen · maatregelen treffen
  • aandoen · aangrijpen · aanslaan · achterhalen · agiteren · arresteren · beetkrijgen · beetnemen · beetpakken · bemachtigen · bemerken · bewegen · confisqueren · gewaar worden · graaien · grijpen · grissen · halen · in beslag nemen · inslaan · konfiskeren · merken · nemen · omzetten · ontroeren · ophitsen · oppakken · opruien · opstoken · opwinden · overbrengen · overplaatsen · pakken · raken · schudden · teisteren · toegrijpen · treffen · uitlichten · uitnemen · vangen · vastgrijpen · vastnemen · vastpakken · vatten · verbeurd verklaren · verkrijgen · verleggen · vernemen · verplaatsen · verroeren · verstrikken · waarnemen · wegnemen · zich aanstellen
  • het woord nemen
  • ontroerd worden
  • op de vlucht slaan
  • aangedaan · ontroerd
Add

Translations of "ergreifend" into Dutch in sentences, translation memory