Translation of "gebraucht" into Dutch
tweedehands, gebruikt are the top translations of "gebraucht" into Dutch.
gebraucht
adjective
verb
grammar
nicht (mehr) jungfräulich (derb) [..]
-
tweedehands
adjectivereeds door iemand bezeten geweest
In seinem Alter kann er doch nicht mehr auf einem gebrauchten Damenrad fahren.
Hij kan op die leeftijd toch niet rondrijden op een tweedehands meisjesfiets.
-
gebruikt
adjectiveMan weiß nie, wozu man sie noch gebrauchen kann.
Je weet nooit waarvoor je ze nog kunt gebruiken.
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "gebraucht" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "gebraucht" with translations into Dutch
-
voor eigen gebruik
-
ik heb een postzegel nodig
-
aanwensel · conventie · gebruik · gebruiken · gewenning · gewoonte · gewoonte of traditie · hebbelijkheid · manieren · praktijk · rite · ritueel · ritus · traditie · usance · zede
-
aanbrengen · aandoen · aantrekken · aanwenden · aanzetten · behoeven · benodigen · benutten · doen · doorvoeren · dragen · gebruiken · hebben · hoeven · in toepassing brengen · leggen · moeten · moeten hebben · nodig hebben · opbrengen · opleggen · plaatsen · reclameren · steken · stellen · stoppen · toe zijn aan · toepassen · vereisen · vergen · voordoen · vragen · zetten
-
doen alsof · voorgeven · voorwenden
-
gebruik
Add example
Add