Translation of "reiz" into Dutch
stimulus, aantrekkelijkheid, aantrekkingskracht are the top translations of "reiz" into Dutch.
-
stimulus
Teilchen reagieren über große Entfernungen hinweg auf dieselben Reize.
Deeltjes die op grote afstand van elkaar op dezelfde stimuli reageren.
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "reiz" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Translations with alternative spelling
Inzentiv (fachsprachlich) [..]
-
aantrekkelijkheid
nounAuch der irische Humor hat seinen eigenen Reiz.
De typisch Ierse humor heeft ook weer zijn eigen aantrekkelijkheid.
-
aantrekkingskracht
noun feminineIch würde niemals eine benutzen, aber sogar ich spüre den Reiz einer Pistole.
Ik heb er nooit een gebruikt, maar ik begrijp de aantrekkingskracht.
-
bekoring
nounaangetrokken zijn
Heute früh schlief ich mit einem seiner Leutnants, der wissen wollte, welche Reize ich für seinen Herren bereithalte.
Maar vanmorgen sliep ik met één van zijn luitenants... die nieuwsgierig was naar de bekoringen die ik zijn heer had geboden.
-
Less frequent translations
- lokmiddel
- prikkel
- prikkeling
- attractie
- begunstiging
- bekoorlijkheid
- bevalligheid
- charme
- genadigheid
- gunst
- jeu
- lokkertje
- sierlijkheid
- stimulatie
- stimulus
Phrases similar to "reiz" with translations into Dutch
-
driftig · fel · geprikkeld · geïrriteerd · korzelig · kribbig · opvliegend
-
subliminale boodschap
-
aandrijven · aanlokken · aanporren · aansporen · aanstoken · aanvragen · aanvuren · aanwakkeren · agaceren · bekoren · bevallen · bieden · ergeren · intrigeren · irriteren · kwaad maken · lokken · op stang jagen · opbieden · ophitsen · opwekken · opwinden · opzetten · pesten · pijn doen aan de tanden of aan de zenuwen · plagen · prikkelen · rechtop zetten · sarren · stimuleren · tergen · uitlokken · verhitten · verontwaardigen · vertoornen · werken op · zwepen
-
aurora · morgenlicht · morgenrood
-
charme · sierlijkheid
-
betoverend · boeiend · fascinerend · opwindend
-
aanbiddelijk · aantrekkelijk · aardig · beeldig · bekoorlijk · betoverend · bevallig · bot · charmant · elegant · fraai · gracieus · heerlijk · innemend · keurig · leuk · lief · liefelijk · mild · prikkelend · schattig · sierlijk · snoeperig · snoezig · stomp · verrukkelijk · voorkomend · vriendelijk · zacht · zachtaardig · zachtmoedig · zachtzinnig · zoel · zoet
-
tegenspraak uitlokken