Translation of "abide" into Dutch

verdragen, ondergaan, verblijven are the top translations of "abide" into Dutch.

abide verb grammar

(intransitive, obsolete) To wait; to pause; to delay. [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • verdragen

    verb

    to tolerate [..]

    But I just can't abide all the inaccuracies.

    Maar ik kan gewoon alle onjuistheden niet verdragen.

  • ondergaan

    verb

    to endure [..]

    I will abide by the wisdom of the spirits

    Ik zal het ondergaan... met de wijsheid van de geesten

  • verblijven

    verb

    to dwell

    If you abide inme, you'll be stepping turn from this fallen world and into glory.

    Als je in mij verblijft, zul je weg stappen van deze gevallen wereld en in mijn Glorie stappen.

  • Less frequent translations

    • tolereren
    • toelaten
    • wonen
    • doorstaan
    • afwachten
    • uithouden
    • lijden
    • wachten
    • afhalen
    • te wachten staan
    • dulden
    • uitstaan
    • doorzetten
    • velen
    • naleven
    • blijven
    • nakomen
    • vertoeven
    • uitvoeren
    • verbeiden
    • voltrekken
    • vervullen
    • volharden
    • verrichten
    • verwachten
    • dragen
    • plakken
    • doorbijten
    • harden
    • resideren
    • verwijlen
    • wijlen
    • volhouden
    • naar buiten brengen
    • verblijf houden
    • voet bij stuk houden
    • respecteren
    • eerbiedigen
    • vasthouden
    • gehoorzamen
    • volgen
    • vrijwaren
    • accepteren
    • beloven
    • opvolgen
    • toezien
    • aanzien
    • toekijken
    • ondersteunen
    • behoeden
    • toezeggen
    • aannemen
    • assureren
    • supplementeren
    • verzeggen
    • voleinden
    • volschenken
    • uitloven
    • volmaken
    • sponsoren
    • spekken
    • verwerkelijken
    • dempen
    • gadeslaan
    • observeren
    • stoppen
    • beveiligen
    • bewandelen
    • invullen
    • toeven
    • completeren
    • doorvoeren
    • bijwerken
    • betuigen
    • beschermen
    • realiseren
    • bewerkstelligen
    • verwezenlijken
    • bijhouden
    • verzekeren
    • waarborgen
    • garanderen
    • voortvloeien
    • beschrijven
    • waarnemen
    • vullen
    • aanvullen
    • resteren
    • pikken
    • resten
    • overblijven
    • ontvangen
    • blijven bij
    • borg staan voor
    • gaan langs
    • in veiligheid brengen
    • tot stand brengen
    • veilig stellen
    • wachten op
    • zich houden aan
    • gedogen
    • verduren
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "abide" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "abide" with translations into Dutch

  • Abid Hamid Mahmud
  • aanhoudend · altijddurend · bestendig · blijvend · doorlopend · durend · duurzaam · eeuwig · gedurig · onafgebroken · ononderbroken · over · permanent · resterend · vast · voortdurend
  • woonplaats
  • dragen · dulden · harden · lijden · ondergaan · velen · verblijven · verdragen · vertoeven · wachten · wonen · zich houden aan
  • gehoorzaam · gezagsgetrouw
  • aanvaarding · conformiteit · gelijkvormigheid · inachtneming · nakomen van · naleving
Add

Translations of "abide" into Dutch in sentences, translation memory