Translation of "abiding" into Dutch

blijvend, voortdurend, aanhoudend are the top translations of "abiding" into Dutch.

abiding adjective noun verb grammar

Continuing; lasting. [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • blijvend

    adjective

    continue [..]

    This deep and abiding influence is a language that reaches to the very soul.

    Die diepgaande, blijvende invloed is een taal die tot in de ziel reikt.

  • voortdurend

    adjective

    continue

    Yet others weave from lane to lane because they cannot abide being behind another vehicle.

    Weer anderen wisselen voortdurend van rijstrook omdat zij er niet tegen kunnen achter een ander voertuig te moeten rijden.

  • aanhoudend

    adjective

    Een lange tijd meegaan.

    The Greek root for “wrath” suggests, not so much an outburst of anger, but an abiding condition of the mind.

    Het Griekse grondwoord voor „toorn” duidt niet zozeer op een woedeuitbarsting, maar op een aanhoudende geestestoestand.

  • Less frequent translations

    • bestendig
    • gedurig
    • over
    • resterend
    • vast
    • altijddurend
    • doorlopend
    • eeuwig
    • onafgebroken
    • ononderbroken
    • permanent
    • durend
    • duurzaam
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "abiding" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "abiding" with translations into Dutch

  • Abid Hamid Mahmud
  • aannemen · aanvullen · aanzien · accepteren · afhalen · assureren · behoeden · beloven · beschermen · beschrijven · betuigen · beveiligen · bewandelen · bewerkstelligen · bijhouden · bijwerken · blijven · blijven bij · borg staan voor · completeren · dempen · doorbijten · doorvoeren · doorzetten · dragen · dulden · eerbiedigen · gaan langs · gadeslaan · garanderen · gedogen · gehoorzamen · harden · in veiligheid brengen · invullen · lijden · naar buiten brengen · nakomen · naleven · observeren · ondersteunen · ontvangen · opvolgen · overblijven · pikken · plakken · realiseren · resideren · respecteren · resten · resteren · spekken · sponsoren · stoppen · supplementeren · te wachten staan · toekijken · toeven · toezeggen · toezien · tot stand brengen · uitloven · uitstaan · uitvoeren · veilig stellen · velen · verbeiden · verblijf houden · verduren · verrichten · vertoeven · vervullen · verwachten · verwerkelijken · verwezenlijken · verwijlen · verzeggen · verzekeren · voet bij stuk houden · voleinden · volgen · volharden · volhouden · volmaken · volschenken · voltrekken · voortvloeien · vrijwaren · vullen · waarborgen · waarnemen · wachten · wijlen
  • aanvaarding · conformiteit · gelijkvormigheid · inachtneming · nakomen van · naleving
Add

Translations of "abiding" into Dutch in sentences, translation memory