Translation of "abridged" into Dutch
beknopt, verkort are the top translations of "abridged" into Dutch.
abridged
adjective
verb
grammar
Simple past tense and past participle of abridge. [..]
-
beknopt
adjectivecut or shortened, especially of a literary work
Mormon, the ancient prophet after whom the book is named, abridged centuries of records.
Mormon, de profeet van weleer naar wie het boek is genoemd, heeft eeuwen aan kronieken beknopt weergegeven.
-
verkort
adjectivecut or shortened, especially of a literary work
Article 10(3) of the Directive provides for a variant on the hybrid abridged procedure.
Artikel 10, lid 3, van de richtlijn bevat een variant van de hybride verkorte procedure.
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "abridged" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "abridged" with translations into Dutch
-
afkorting · bekorting · beperking · compendium · excerpt · ingekorte versie · inkorting · korte inhoud · samenvatting · uitreksel · uittreksel · verkorting
-
korten
-
afkorting · bekorting · beperking · excerpt · inkorting · inkrimping · overzicht · resumé · samenvatting · uitreksel · uittreksel · verkorting
-
afbreken · afdraaien · afgeven op · afkammen · afkorten · aflaten · begrenzen · beknotten · bekorten · beperken · beperkingen opleggen aan · beroven · besnoeien · een streep trekken · excerperen · herleiden · in discrediet brengen · inkorten · inkrimpen · kleineren · kleinmaken · korten · laten zakken · neerhalen · neerlaten · reduceren · resumeren · ruïneren · samenvatten · strijken · te gronde richten · ten val brengen · trekken · vellen · verderven · vereenvoudigen · verkorten · verlagen · verminderen · vernederen · verootmoedigen · zetten
-
excerpt · overzicht · resumé · samenvatting · uittreksel
-
inkorter · samenvatter
-
afkorting · bekorting · beperking · excerpt · inkorting · inkrimping · overzicht · resumé · samenvatting · uitreksel · uittreksel · verkorting
-
afbreken · afdraaien · afgeven op · afkammen · afkorten · aflaten · begrenzen · beknotten · bekorten · beperken · beperkingen opleggen aan · beroven · besnoeien · een streep trekken · excerperen · herleiden · in discrediet brengen · inkorten · inkrimpen · kleineren · kleinmaken · korten · laten zakken · neerhalen · neerlaten · reduceren · resumeren · ruïneren · samenvatten · strijken · te gronde richten · ten val brengen · trekken · vellen · verderven · vereenvoudigen · verkorten · verlagen · verminderen · vernederen · verootmoedigen · zetten
Add example
Add