Translation of "achievable" into Dutch
haalbaar, bereikbaar, haalbare are the top translations of "achievable" into Dutch.
achievable
adjective
grammar
Capable of being achieved, which either means possible or probable. [..]
-
haalbaar
adjectivecapable of being achieved [..]
None of this is easy, but it is achievable.
Dat is weliswaar niet makkelijk, maar wel haalbaar.
-
bereikbaar
adjectivecapable of being achieved [..]
The most achievable result is then a compromise which, in fact, satisfies nobody.
Het best bereikbare resultaat is dan een compromis dat eigenlijk niemand tevredenstelt.
-
haalbare
adjectivecapable of being achieved
None of this is easy, but it is achievable.
Dat is weliswaar niet makkelijk, maar wel haalbaar.
-
Less frequent translations
- uitvoerbaar
- maakbaar
- doenlijk
- te doen
- mogelijk
- realiseerbaar
- doenbaar
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "achievable" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "achievable" with translations into Dutch
-
Quiet Achiever
-
karwei · uitvoering · vervulling
-
geslaagd
-
aanmaken · aanvullen · assureren · bedrijven · behalen · behoeden · belenden · beloven · bereiken · beschermen · besturen · betuigen · beveiligen · bewerkstelligen · bijwerken · borg staan voor · brengen · buit maken · completeren · dempen · doen · doorkomen · doorvoeren · garanderen · geheel maken · geleiden · gelukken · grenzen aan · halen · in veiligheid brengen · inhalen · inslaan · invullen · klaarspelen · klaren · leiden · leiden tot · maken · nakomen · naleven · ontvangen · presteren · raken · realiseren · reiken tot · resulteren · slagen · slagen voor · spekken · sponsoren · stoppen · supplementeren · teisteren · toezeggen · tot stand brengen · treffen · uitbrengen · uitdraaien op · uitgaan · uitkomen · uitlopen · uitlopen op · uitloven · uitrichten · uitstappen · uitstijgen · uittreden · uitvoeren · veilig stellen · verdienen · verkrijgen · verrichten · vervullen · verwerkelijken · verwerven · verwezenlijken · verzeggen · verzekeren · voeren · volbrengen · voleinden · volgen · volmaken · volschenken · voltooien · voltrekken · voortkomen · voortspruiten · voortvloeien · vrijwaren · vullen · waarborgen · winnen
-
haalbaarheid
-
verwerving
Add example
Add