Translation of "achievement" into Dutch

prestatie, verwezenlijking, succes are the top translations of "achievement" into Dutch.

achievement noun grammar

The act of achieving or performing; an obtaining by exertion; successful performance; accomplishment; as, the achievement of his/her object. [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • prestatie

    noun feminine

    a reward in video games [..]

    His achievements were acknowledged.

    Zijn prestaties werden erkend.

  • verwezenlijking

    noun feminine

    great or heroic deed

    In spite of these achievements, progress in this field nevertheless should be speeded up.

    Ondanks deze verwezenlijkingen dient de voortgang op dit gebied te worden bespoedigd.

  • succes

    noun neuter

    But it is an achievement that we are here today and are going to vote tomorrow.

    Maar het is al een succes dat we vandaag hier zijn en morgen stemmen.

  • Less frequent translations

    • wapenfeit
    • werk
    • daad
    • vervulling
    • uitvoering
    • verrichting
    • karwei
    • arbeid
    • emplooi
    • verwerving
    • welslagen
    • actie
    • naleving
    • zet
    • werking
    • inlossing
    • voltrekking
    • verdienste
    • handeling
    • resultaat
    • verworvenheid
    • overwinning
    • uitkomst
    • triomf
    • uitvloeisel
    • gevolg
    • eindresultaat
    • afloop
    • voleinding
    • voortvloeisel
    • consequentie
    • prestatie f
    • realisatie
    • rendement
    • victorie
    • zege
    • overwinningen
    • volledig wapen
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "achievement" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Translations with alternative spelling

Achievement
+ Add

"Achievement" in English - Dutch dictionary

Currently, we have no translations for Achievement in the dictionary, maybe you can add one? Make sure to check automatic translation, translation memory or indirect translations.

Phrases similar to "achievement" with translations into Dutch

  • Quiet Achiever
  • aanmaken · aanvullen · assureren · bedrijven · behalen · behoeden · belenden · beloven · beschermen · besturen · betuigen · beveiligen · bewerkstelligen · bijwerken · borg staan voor · brengen · buit maken · completeren · dempen · doen · doorkomen · doorvoeren · garanderen · geheel maken · geleiden · grenzen aan · halen · in veiligheid brengen · inhalen · inslaan · invullen · klaarspelen · klaren · leiden · leiden tot · maken · nakomen · naleven · presteren · raken · realiseren · reiken tot · resulteren · slagen · slagen voor · spekken · sponsoren · stoppen · supplementeren · teisteren · toezeggen · tot stand brengen · treffen · uitbrengen · uitdraaien op · uitgaan · uitkomen · uitlopen · uitlopen op · uitloven · uitrichten · uitstappen · uitstijgen · uittreden · uitvoeren · veilig stellen · verdienen · verrichten · vervullen · verwerkelijken · verwezenlijken · verzeggen · verzekeren · voeren · volbrengen · voleinden · volgen · volmaken · volschenken · voltooien · voltrekken · voortkomen · voortspruiten · voortvloeien · vrijwaren · vullen · waarborgen · winnen
  • haalbaarheid
  • bereikbaar · doenbaar · doenlijk · haalbaar · haalbare · maakbaar · mogelijk · realiseerbaar · te doen · uitvoerbaar
Add

Translations of "achievement" into Dutch in sentences, translation memory