Translation of "adherent" into Dutch
aanhanger, adept, volgeling are the top translations of "adherent" into Dutch.
adherent
adjective
noun
grammar
adhesive, that sticks to something [..]
-
aanhanger
noun masculineiemand die gelooft in een bepaald idee, of die een bepaalde groep of persoon steunt. [..]
Adherents of various religions live in Belarus.
In Wit-Rusland wonen aanhangers van verschillende religies.
-
adept
Iemand die gelooft en helpt in het verspreiden van iemand anders doctrine.
-
volgeling
名詞 男性Iemand die gelooft en helpt in het verspreiden van iemand anders doctrine.
The adherents made no secret of their beliefs; in fact, they preached to others.
De volgelingen maakten geen geheim van hun overtuigingen; ze predikten zelfs tot anderen.
-
Less frequent translations
- klevend
- adhesief
- kleverig
- aanklevend
- discipel
- kleef-
- acoliet
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "adherent" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Images with "adherent"
Phrases similar to "adherent" with translations into Dutch
-
gehecht aan · geplakt aan · vast aan
-
aanbakken · aanhangen · aankleven · aankoeken · blijven bij · congruent zijn · corresponderen · elkaar dekken · houden · in acht nemen · kleven · plakken · rijmen · samenhangen · trouw blijven aan · vasthouden · vastkleven · zich aanpassen · zich houden aan
-
aanhang · achterban · gevolg · leden
-
aanhankelijkheid · aanmelding · adhesie · gehechtheid · getrouwheid · kleven · loyaliteit · plakken · steun · toegenegenheid · toetreding · toewijding · trouw · trouw zijn aan · trouwhartigheid · verkleefdheid · verknochtheid
-
kleven · naleven
-
aanbakken · aanhangen · aankleven · aankoeken · blijven bij · congruent zijn · corresponderen · elkaar dekken · houden · in acht nemen · kleven · plakken · rijmen · samenhangen · trouw blijven aan · vasthouden · vastkleven · zich aanpassen · zich houden aan
-
aanbakken · aanhangen · aankleven · aankoeken · blijven bij · congruent zijn · corresponderen · elkaar dekken · houden · in acht nemen · kleven · plakken · rijmen · samenhangen · trouw blijven aan · vasthouden · vastkleven · zich aanpassen · zich houden aan
-
aanbakken · aanhangen · aankleven · aankoeken · blijven bij · congruent zijn · corresponderen · elkaar dekken · houden · in acht nemen · kleven · plakken · rijmen · samenhangen · trouw blijven aan · vasthouden · vastkleven · zich aanpassen · zich houden aan
Add example
Add