Translation of "calma" into Dutch

kalmte, rust, windstilte are the top translations of "calma" into Dutch.

calma adjective noun verb feminine grammar

Ausencia de movimiento.

+ Add

Spanish-Dutch dictionary

  • kalmte

    noun feminine

    De afwezigheid van beweging.

    La calma te salvará.

    Kalmte zal je redden.

  • rust

    noun masculine

    Necesitaba aportarle algo de calma sobre su relación con Tom para que pudiera superarlo.

    Ik moest hem wat rust brengen over zijn relatie met Tom zodat hij het allemaal kon laten rusten.

  • windstilte

    noun feminine

    Además, la ausencia de viento —fenómeno habitual en la zona de las calmas ecuatoriales— se traducía en inmovilidad.

    Geen wind, zoals vaak het geval was in de stiltegordel — een streek van windstilte rond de evenaar — betekende stilliggen.

  • Less frequent translations

    • sereniteit
    • kalm
    • kalmeren
    • windstil
    • rustig
    • vredig
    • bladstil
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "calma" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Images with "calma"

Phrases similar to "calma" with translations into Dutch

  • bewegingloos · geluidloos · geruisloos · kalm · kalmeren · langzaam · rustig · stil · vredig
  • geluidloos · geruisloos · kalmeren · stil
  • bedaard · beheerst · geluidloos · geruisloos · kalm · langzaam · onberoerd · rustig · stil · vredig · vreedzaam
  • stilstaand water
  • afbreken · afhakken · afhouwen · afkappen · afleggen · aflopen · afslachten · bedaren · bevangen · de moed ontnemen · delven · deprimeren · doden · doodmaken · doodschieten · doorgaan · fnuiken · fusilleren · gaan door · geruststellen · kalm · kalmeren · kalmte · kappen · kleinmaken · lenigen · neerdrukken · neerhalen · neerkomen · neerslachtig maken · neervellen · ombrengen · omhakken · omkappen · ontmoedigen · opduikelen · opgraven · overwinnen · pacificeren · putten uit · rooien · rustig worden · slachten · slopen · sussen · terneerdrukken · tot bedaren brengen · uitgraven · uitputten · vellen · verminderen · vernederen · verootmoedigen · verslaan · verzachten · verzwakken · vrede brengen · wiegen · winnen · wippen · zegevieren
Add

Translations of "calma" into Dutch in sentences, translation memory