Translation of "erledigen" into Dutch
afmaken, beëindigen, afsluiten are the top translations of "erledigen" into Dutch.
erledigen
verb
grammar
zu Potte kommen (umgangssprachlich) [..]
-
afmaken
verbRespekt, dass er trotzdem den Grizzly erledigt hat.
Wel knap dat hij die beer heeft afgemaakt.
-
beëindigen
verbIch muss etwas für Lisa erledigen.
Ik heb dat profiel voor Lisa beëindigen.
-
afsluiten
verbDer Fall kann somit als erledigt betrachtet werden.
De kwestie kan derhalve als afgesloten worden beschouwd.
-
Less frequent translations
- besluiten
- bevrijden
- afhelpen
- voleindigen
- verlossen
- vrijlaten
- loslaten
- vrijmaken
- uitmaken
- stoppen
- ophouden
- regelen
- uitvoeren
- afwerken
- eindigen
- aanrichten
- arrangeren
- ordenen
- beredderen
- staken
- afdoen
- afhandelen
- aflopen
- afwikkelen
- behandelen
- doen
- handelen
- uit de weg ruimen
- uitrichten
- uitschakelen
- vernietigen
- verrichten
- volbrengen
- herstellen
- repareren
- verhelpen
- verbeteren
- opheffen
- stelpen
- reformeren
- uitraken
- uitscheiden
- accommoderen
- opbreken
- aflaten
- veredelen
- hervormen
- afbreken
- uitlopen
- stopzetten
- aanpassen
- wijken
- verlopen
- uitgaan
- weer goed maken
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "erledigen" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "erledigen" with translations into Dutch
-
af · afgepeigerd · doodmoe · gedaan · klaar · leeg · uitgeput
-
veel te doen hebben
-
anticiperen · prejudiciëren · vooruitlopen · vooruitlopen op
-
boodschappen doen
-
Aan de grond in Parijs en Londen
-
af zijn · de rapen zijn gaar
Add example
Add