Translation of "erledigt" into Dutch

gedaan, klaar, af are the top translations of "erledigt" into Dutch.

erledigt Adjective verb grammar

nicht (weiter) der Rede wert [..]

+ Add

German-Dutch dictionary

  • gedaan

    adjective particle

    Mir ist gerade eingefallen, dass ich noch etwas zu erledigen habe.

    Ik herinner me net dat ik nog iets te doen heb.

  • klaar

    adjective

    Ich werde die Arbeit in einer Woche erledigt haben, also am fünften Mai.

    Ik zal dat werk over een week klaar hebben, dus op 5 mei.

  • af

    adjective adverb

    Ich habe eine Woche Zeit, um meine Hausaufgaben zu erledigen.

    Ik heb een week de tijd om mijn huiswerk af te maken.

  • Less frequent translations

    • afgepeigerd
    • leeg
    • uitgeput
    • doodmoe
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "erledigt" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "erledigt" with translations into Dutch

  • aanpassen · aanrichten · accommoderen · afbreken · afdoen · afhandelen · afhelpen · aflaten · aflopen · afmaken · afsluiten · afwerken · afwikkelen · arrangeren · behandelen · beredderen · besluiten · bevrijden · beëindigen · doen · eindigen · handelen · herstellen · hervormen · loslaten · opbreken · opheffen · ophouden · ordenen · reformeren · regelen · repareren · staken · stelpen · stoppen · stopzetten · uit de weg ruimen · uitgaan · uitlopen · uitmaken · uitraken · uitrichten · uitschakelen · uitscheiden · uitvoeren · verbeteren · veredelen · verhelpen · verlopen · verlossen · vernietigen · verrichten · volbrengen · voleindigen · vrijlaten · vrijmaken · weer goed maken · wijken
  • veel te doen hebben
  • anticiperen · prejudiciëren · vooruitlopen · vooruitlopen op
  • boodschappen doen
  • Aan de grond in Parijs en Londen
  • af zijn · de rapen zijn gaar
Add

Translations of "erledigt" into Dutch in sentences, translation memory