Translation of "announcement" into Dutch
aankondiging, bekendmaking, verkondiging are the top translations of "announcement" into Dutch.
An act of announcing, or giving notice. [..]
-
aankondiging
noun feminineannouncement [..]
They said the mayor wants you to handle the announcement solo.
Ze zeiden dat de burgemeester wil dat jij de aankondiging alleen doet.
-
bekendmaking
nounManier om informatie over iets te verstrekken.
The announcement shall be made three months before that date at the latest.
Deze bekendmaking vindt uiterlijk drie maanden voor die datum plaats.
-
verkondiging
nounHer announcement may well have acted as the spark for this year's unprecedented migrant figures.
Haar verkondiging kan gezien worden als de vlam van de weergaloze migrantenfiguren van dit jaar.
-
Less frequent translations
- tijding
- bericht
- mededeling
- kennisgeving
- advertentie
- verwittiging
- mare
- aanmelding
- afkondiging
- informatie
- nieuwtje
- inlichting
- adverteren
- terechtwijzing
- nieuws
- nieuwigheid
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "announcement" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Translations with alternative spelling
A Microsoft Dynamics CRM component that is used to communicate text information in a bulletin-board fashion to an organization.
-
Aankondiging
A Microsoft Dynamics CRM component that is used to communicate text information in a bulletin-board fashion to an organization.
Announcement of 2011 Atlantic Margin Licensing Round
Aankondiging van een Atlantic Margin-vergunningsronde voor 2011
Phrases similar to "announcement" with translations into Dutch
-
huwelijksaankondiging
-
omroepers
-
to be announced
-
aandienen · aankondigen · adverteren · bekendmaken · melden · verkondigen
-
continuity announcer
-
aandienen · aangeven · aankondigen · aanmelden · adverteren · afkondigen · afroepen · annonceren · bekend maken · bekendmaken · binnenleiden · declareren · indoen · inleggen · inleiden · inschuiven · insteken · instoppen · introduceren · invoeren · inzetten · mededelen · meedelen · melden · openbaar maken · publiceren · ruchtbaar maken · signaleren · steken · uitspreken · verklaren · verkonden · verkondigen
-
boodschap van algemeen nut
-
aankondiger · meedeler · omroeper · omroepster · presentator